Uiteraard hebben leerlingen recht op vakantie. In principe heeft iedereen recht op 2 dagen vakantie per gewerkte kalendermaand in de zesdagenweek of gedurende 1 week vakantie per kwartaal. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen betaalde en onbetaalde vakantie. Het recht op betaalde vakantie vloeit voort uit de wet op de jaarlijkse vakantie en is identiek aan de regeling die geldt voor werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 3 juli 1978.
Dit betekent dat iemand die bijvoorbeeld in 2010 het hele jaar gewerkt heeft, in 2011 recht heeft op 20 dagen (4 weken) betaalde vakantie. Indien men in 2010 geen 12 maanden heeft gepresteerd, wordt het recht op betaalde vakantie in verhouding berekend. Eventueel kan het recht op betaalde vakantie worden aangevuld met het recht op onbetaalde vakantie.
Een leerling die in dienst komt op 1 september 2010 heeft in 2010 recht op 7 dagen onbetaalde vakantie. In 2011 zal hij recht hebben op 7 dagen betaalde vakantie en kunnen deze betaalde vakantiedagen worden aangevuld met 13 onbetaalde vakantiedagen.
Bovendien moet het ondernemingshoofd-opleider per volledige maand van uitvoering van de leerovereenkomst in zijn onderneming een bijkomende dag onbetaalde vakantie toekennen.
Een leerling-arbeider ontvangt het vakantiegeld via de verlofkas van zijn ondernemingshoofd-opleider. Deze betalen in de loop van de maand mei of juni 2011 het vakantiegeld uit voor de prestaties geleverd in 2010. Bij een leerling-bediende betaalt het ondernemingshoofd-opleider het vakantiegeld. Wanneer zij vakantie nemen, wordt de leervergoeding gewoon doorbetaald. Het dubbel vakantiegeld dient betaald te worden op het ogenblik dat de leerling zijn hoofdvakantie neemt.