FAQ

Wat verandert er met het statuut alternerende opleiding voor de leerling?

Het statuut alternerende opleiding maakt dat een leerling verbonden door een leerovereenkomst nu ook tijdens de beperkte onderwerping (vóór 1 januari van het jaar waarin men 19 wordt) in aanmerking kan komen voor ziekte-uitkeringen.
Daarnaast bouwt de leerling op het vlak van de sector werkloosheid enkele rechten op.
Het gaat om overbruggingsuitkeringen bij tijdelijke werkloosheid en om een verkorte beroepsinschakelingstijd bij een voleindigde leertijd.
 
  1. Tijdelijke werkloosheid
 
Wanneer de leerovereenkomst wordt geschorst omwille van tijdelijke werkloosheid dan komt de leerling in aanmerking voor overbruggingsuitkeringen. Het gaat hier bijvoorbeeld om een schorsing van de leerovereenkomst omwille van een collectieve sluiting (gebrek aan vakantiedagen); slecht weer of een schorsing omwille van economische oorzaken.
 
Zowel het ondernemingshoofd als de leerling dienen een aantal administratieve formaliteiten te vervullen. Deze administratieve formaliteiten zijn hetzelfde als deze die gelden voor een werknemer verbonden met een gewone arbeidsovereenkomst.
Bijkomend voor leerlingen geldt dat zij voor iedere maand dat zij effectief werkloos worden gesteld ook een aanwezigheidsattest moeten laten invullen. De leerling heeft immers  enkel recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid indien uit het formulier C98 blijkt dat hij de lessen gedurende de maand regelmatig heeft gevolgd. Dit aanwezigheidsattest dient tezamen met de andere formulieren (C3.2 A, C3.2 werkgever) te worden binnengebracht bij de hulpkas of bij de vakbond. De eerste keer dat de leerling een uitkeringsaanvraag indient, dient er ook een formulier C3.2 werkgever en C3.2 werknemer uitkeringsaanvraag te worden aan toegevoegd.
 
  1. Verkorte beroepsinschakelingtijd
 
De beroepsinschakelingstijd is de periode na de studies die men moet doorlopen alvorens men inschakelingsuitkeringen kan doorlopen. Deze periode duurt bij twee positieve evaluaties in het kader van het zoekgedrag naar werk 12 maanden.
Een leerling die een alternerende opleiding voleindigd heeft, geniet van een vermindering van de beroepsinschakelingstijd.
 
Er wordt onderscheid gemaakt al naargelang de alternerende opleiding voleindigd werd met succes of zonder succes. Een leerling heeft de alternerende opleiding succesvol beëindigd indien hij een beroepskwalificatie heeft behaald.
  • Voor de leerling die de alternerende opleiding met succes heeft voleindigd, wordt de duur van de beroepsinschakelingstijd verminderd met het aantal kalenderdagen, zondagen uitgezonderd, dat gelegen is in de periode die gedekt wordt door de leeroverkomst(en).
Een succesvol beëindigde alternerende opleiding wordt gelijkgesteld met 2 positieve evaluaties in het kader van het zoekgedrag naar werk.
Voorbeeld:
Een leerling was verbonden door een leerovereenkomst tegelzetter van 1 juli 2012 tot en met 30 juni 2015. De leerling behaalt het certificaat tegelzetter. De leerling kan onmiddellijk na zijn voleindigde studies in aanmerking komen voor inschakelingsuitkeringen.
  • Voor een leerling die de alternerende opleiding voleindigd heeft, maar zonder succes wordt de duur van de beroepsinschakelingstijd verminderd met de helft van het aantal kalenderdagen, zondagen uitgezonderd, dat gelegen is in de periode die gedekt wordt door de leerovereenkomst(en). De beroepsinschakelingstijd mag wel nooit minder dan 155 dagen bedragen.
Voorbeeld:
Een leerling is verbonden door een leerovereenkomst hulpkok van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2018. De leerling legt in de maand juni 2016 de examens keukenmedewerker af, maar slaagt niet. De leerling stopt de opleiding op 15 juli 2016. De periode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 kan voor de helft in rekening worden gebracht. De leerling zal in dit geval nog 155 dagen bedragen.
Let op! Indien betrokkene op het ogenblik van de aanvraag op inschakelingsuitkeringen jonger is dan 21 jaar zal hij moeten wachten tot hij 21 geworden is alvorens hij in aanmerking komt voor inschakelingsuitkeringen tenzij hij beschikt over een bijkomend getuigschrift of attest (bv studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad beroepssecundair onderwijs of attest bedrijfsbeheer.De volledige lijst is terug te vinden op d site van de rva www.rva.be, documentatie, infoblad voor werknemers, T35 .
 

Blijft een leerling ten laste van zijn ouders?

Om ten laste te kunnen worden beschouwd van de ouders voor het inkomstenjaar 2016 moeten een aantal voorwaarden gelijktijdig worden vervuld:

  • het kind moet op 1 januari 2017 deel uitmaken van het gezin;
  • het kind mag geen bezoldigingen ontvangen die de ouder inbrengt als beroepskosten;
  • de nettobestaansmiddelen van het kind mogen een bepaald bedrag niet overschrijden.

Zo kan een leerling in het inkomstenjaar 2016 ten laste van zijn ouders blijven indien zijn nettobestaansmiddelen niet meer bedragen dan 3.140 euro op jaarbasis. Dit stemt overeen met een brutobedrag van 3.925 euro. Voor een alleenstaande ouder wordt dit bedrag verhoogd tot 4.530 euro netto of 5.662,50 euro bruto. De eerste schijf van 3.140 euro onderhoudsuitkeringen tellen niet mee om de nettobestaansmiddelen te bepalen.

Een leerling die op 1 juli 2016 een leerovereenkomst sluit en 324,10 euro per maand verdient, zal voor het inkomstenjaar 2016 nog ten laste kunnen blijven van de ouders:

324,10 euro x 4 = 1.296 euro

Voor een leerling die een heel jaar verbonden is door leerovereenkomst is dit niet zo vanzelfsprekend en zal er moeten gerekend worden. Een snelle en eenvoudige berekening leert ons hier dat de leerling het in het inkomstenjaar 2016 niet meer als ten laste kan worden beschouwd :

(324,10 x6) + (432,15 x 6) = 4.537,5 > 3.925 euro

Deze leerling zou wel nog ten laste zijn van een alleenstaande ouder.

Hebben leerjongeren in de bouw recht op inhaalrustdagen?

De maximale arbeidsduur op weekbasis is in principe 38 uren per week.

In het paritair comité van de bouw (PC 124) wordt 40 uur per week gewerkt. Dit betekent dat ook leerlingen in de bouw recht hebben op 12 inhaalrustdagen. In de bouwsector liggen deze inhaalrustdagen vast en mag er slechts in uitzonderlijke gevallen gewerkt worden.

Het is het ondernemingshoofd dat deze inhaalrustdagen moet betalen. De leervergoeding loopt gedurende deze dagen gewoon door.

Wanneer de inhaalrustdagen op bedrijfsniveau vastliggen en het niet of onvoldoende verwerven van inhaalrustdagen te wijten is aan een recente indiensttreding van de leerling, kan de leerling voor de ontbrekende inhaalrustdagen tijdelijk werkloos gesteld worden ingevolge sluiting van de onderneming wegens inhaalrust. Meer info hieromtrent is terug te vinden op het op www.rva.be, documentatie, infobladen werkgevers, infoblad E23.
 

Hebben leerjongeren recht op vakantie?

Uiteraard hebben leerlingen recht op vakantie. In principe heeft iedere leerling recht op 2 dagen vakantie per gewerkte kalendermaand in de zesdagenweek of 1 week vakantie per kwartaal. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen:

  • betaalde vakantiedagen
  • aanvullende vakantiedagen
  • onbetaalde vakantiedagen

De betaalde vakantiedagen zijn een recht en een plicht. Deze dagen moeten worden opgenomen. Dit geldt niet voor de aanvullende en/of onbetaalde vakantiedagen. Op deze dagen heeft de leerling recht, maar is hij niet verplicht ze te nemen.

In alle gevallen dient de vakantie te worden toegestaan door het ondernemingshoofd.

 

1) Betaalde vakantiedagen

In de privésector is het aantal betaalde vakantiedagen waarop een leerling recht heeft afhankelijk van het aantal dagen dat hij in het voorgaande jaar heeft gewerkt. Een volledig gewerkt jaar geeft in het volgende jaar recht op 20 betaalde vakantiedagen voor een leerling tewerkgesteld in een vijfdagenweek.

Dit betekent dat iemand die bijvoorbeeld in 2015 het hele jaar door verbonden was door een leerovereenkomst, in 2016 recht heeft op 20 dagen (4 weken) betaalde vakantie. Indien men in 2015 geen 12 maanden heeft gepresteerd, wordt het recht op betaalde vakantie in verhouding berekend. Een leerling die instapt in de leertijd op 1 juli 2016, zal in 2017 recht hebben op 10 dagen betaalde vakantie.

 

2) Aanvullende vakantiedagen

Een leerling die instapt in de leertijd kan het recht openen op aanvullende vakantiedagen. De voorwaarde is dat de leerling in het betrokken kalenderjaar 3 maanden verbonden is geweest door een leerovereenkomst (één of meerdere). De aanvullende vakantie kan ten vroegste worden aangevraagd een week voor de 3 maanden worden bereikt.

Na deze aanloopperiode heeft de leerling recht op twee dagen vakantie per maand (5 dagen per kwartaal). De leerling-arbeider dient wel één of meerdere aanvragen in te dienen via een daarvoor ontworpen document. Dit document is terug te vinden op www.rvj.be. De leerling dient het document ingevuld aan zijn verlofkas te bezorgen.

De leerling-bediende dient de aanvraag onmiddellijk aan het ondernemingshoofd-opleider te bezorgen.

De vergoeding die de leerling ontvangt voor de aanvullende vakantiedagen zal in de loop van het volgend kalenderjaar worden afgetrokken van zijn dubbel vakantiegeld. Het gaat dus niet om extra vakantiegeld.

Het voordeel bestaat er dan ook vooral in dat de dagen aanvullende vakantie worden beschouwd als gelijkgestelde dagen zodat men voor deze dagen naar het volgend kalenderjaar toe rechten opbouwt voor betaalde vakantie. Dit is niet het geval indien de leerling beroep doet op onbetaalde vakantiedagen (zie punt 3).

Meer informatie over aanvullende vakantiedagen is terug te vinden via de volgende link:

http://www.rjv.be/nl/content/de-aanvullende-vakantie.

 Voorbeeld:

De leerling sluit een eerste leerovereenkomst vanaf 1 september 2015.

De leerling kan voor 2015 maximaal 7 dagen aanvullende vakantiedagen aanvragen.

In 2016 kan deze leerling na uitputting van de 7 dagen betaalde vakantie waarop hij recht heeft op basis van zijn prestaties in 2015 aanvullen met 13 dagen aanvullende vakantiedagen.

 

3) Onbetaalde vakantiedagen

Het besluit leertijd voorziet zelf ook in het recht op onbetaalde vakantiedagen bij:

  • geen of onvolledige betaalde vakantiedagen
  • bijkomende dag onbetaalde vakantie per volledig gewerkte maand

3.1 Geen of onvolledige onbetaalde vakantiedagen

Deze vakantie overlapt grotendeels de aanvullende vakantie beschreven in punt 2.

Het besluit leertijd voorziet echter geen bijkomende voorwaarden. Dit betekent dat iemand die in november instapt in de leertijd ook onmiddellijk recht heeft op enkele onbetaalde vakantiedagen. de voorwaarde dat de leerling gedurende 3 maanden moet in dienst zijn gedurende een bepaald kalenderjaar geldt hier dus niet.

Voorbeeld:

De leerling sluit een eerste leerovereenkomst vanaf 1 november 2015.

De leerling kan in 2015 voor maximaal 3 dagen onbetaalde vakantie aanvragen op basis van het recht op geen of onvoldoende vakantie volgens het besluit leertijd.

In 2016 kan deze leerling na uitputting van de 3 dagen betaalde vakantie waarop hij recht heeft op basis van zijn prestaties in 2015 nog het recht openen op 17 onbetaalde vakantiedagen of op 17 dagen aanvullende vakantie (zie punt 2).

 

3.2 Onbetaalde vakantie op basis van een volledig gepresteerde maand

Een leerling heeft recht op één onbetaalde vakantiedag per volledige kalendermaand van uitvoering (aanwezigheden of gewettigde afwezigheden) van de leerovereenkomst in zijn onderneming. Deze onbetaalde vakantiedagen kunnen worden opgespaard binnen dezelfde onderneming en hetzelfde kalenderjaar.

 

Voorbeeld:

Een leerling is ziek (met ziektebriefje) van 01/01/2016 tot en met 31/03/2016.

Niettegenstaande de leerlinge geen enkele dag effectief werd opgeleid in de periode januari - maart, heeft hij gedurende deze periode toch recht op 3 dagen onbetaalde vakantie opgebouwd.

 

Voorbeeld:

Leerling bouw moet in de maand januari verschillende dagen thuisblijven wegens slecht weer. Deze dagen worden voor het recht op onbetaalde vakantie gelijkgesteld met gewerkte dagen.

 

Voorbeeld:

Leerling is afwezig zonder geldige reden op 3 februari 2016. Voor deze maand vervalt het recht op onbetaalde vakantie. Ook een ongewettigde afwezigheid op een lesdag, maakt dat het recht op een onbetaalde vakantie vervalt.

 

voorbeeld:

Een leerling kan ervoor kiezen om in juli het recht op onbetaalde vakantiedagen opgebouwd in de periode van januari tot en met juni te nemen. Hij kan dus aan het ondernemingshoofd 6 onbetaalde vakantiedagen in de maand juli vragen.

Deze 6 onbetaalde dagen kunnen aansluiten bij de betaalde vakantiedagen of bij het recht op onbetaalde vakantiedagen bij gebrek aan betaalde vakantiedagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heeft een leerjongere recht op een startbonus?

Op basis van een leerovereenkomst kan men in aanmerking komen voor een startbonus. Op basis van een stageovereenkomst niet. Er moeten wel een aantal voorwaarden worden vervuld. Zo moet men nog deeltijds leerplichtig zijn op het ogenblik van het sluiten van de leerovereenkomst en moet de leerling slagen in het betrokken opleidingsjaar.

Er dienen bovendien een aantal administratieve formaliteiten te worden vervuld. De algemene aanvraag via het formulier C 63- bonus moet worden ingediend binnen de 3 maanden die volgen op het sluiten van de leerovereenkomst. Deze algemene aanvraag wordt automatisch door SYNTRA Vlaanderen aan het ondernemingshoofd-opleider gestuurd. Het is de bedoeling dat de leerling samen met het ondernemingshoofd-opleider en de wettelijke vertegenwoordiger het document vervolledigen en bezorgen aan het RVA- kantoor, dat bevoegd is voor de woonplaats van de leerling.

Indien de leerling slaagt in het opleidingsjaar ontvangt de leerling een premie van 500 of 750 euro. Om deze premie uiteindelijk te ontvangen dient de leerling binnen de 4 maanden na het einde van een geslaagd opleidingsjaar een aanvraag tot betaling van de starbonus in te dienen bij het betrokken RVA- kantoor. SYNTRA Vlaanderen bezorgt de leerling de nodige documenten. Het is de leerling die de aanvraag tot startbonus samen met het attest van SYNTRA Vlaanderen dat men geslaagd is, bezorgt aan het betrokken RVA-kantoor.

 

enkele wijzigingen omwille van 6de staatshervorming

Het is de bedoeling dat de leerling samen met het ondernemingshoofd-opleider en de wettelijke vertegenwoordiger het document vervolledigen en bezorgen aan het adres (in bepaalde gevallen adressen) die op het formulier worden vermeld.
Meer info hieromtrent kan u ook terugvinden op www.werk.be, start- en stagebonus.
 
…. Om deze premie uiteindelijk te ontvangen dient de leerling binnen de 4 maanden na het einde van een geslaagd opleidingsjaar een aanvraag tot betaling van de startbonus in te dienen. SYNTRA Vlaanderen bezorgt de leerling de nodige documenten. Het is de leerling die de aanvraag tot uitbetaling van de startbonus samen met het attest van SYNTRA Vlaanderen dat men geslaagd is, bezorgt aan het adres dat op het formulier wordt vermeld. In de meeste gevallen zal het formulier moeten worden bezorgd aan: Departement WSE, Dienst start- en stagebonus, Koning Albert- II laan 35 bus 20 te 1030 Brussel of per mail via startenstagebonus@vlaanderen.be.

Heeft een ondernemer-opleider recht op een stagebonus?

Op basis van een leerovereenkomst komt men in aanmerking voor een stagebonus. De leerovereenkomst moet wel gesloten zijn met een deeltijds leerplichtige.

Bij een vroegtijdige beëindiging dient de leerovereenkomst bovendien minstens 3 maanden te hebben geduurd.
Een ondernemingshoofd-opleider dat een deeltijds leerplichtige leerling in dienst neemt, ontvangt automatisch van SYNTRA Vlaanderen de nodige documenten.

Het enige wat men moet doen is deze documenten verder invullen en bezorgen aan het RVA kantoor dat bevoegd is voor de woonplaats van de leerling.

Het gaat om het formulier C63-BONUS, bij de aanvang van de leerovereenkomst, en om een aanvraag tot betaling de stagebonus die op het einde van ieder opleidingsjaar moet worden ingevuld en aan het betrokken RVA kantoor moet worden bezorgd. Op het formulier C63-BONUS moet ook de leerling en de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling een gedeelte invullen.

 

Bovenop de premie geldt nog een ficaal voordeel. Het ondernemingshoofd dat voor een leerling een stagebonus ontvangt, kan zijn belastbare winsten en baten vrijstellen, en dit naar rato van 40% van de leervergoedingen die aan de betrokken jongere worden uitbetaald en die het ondernemingshoofd als beroepskosten mag inbrengen.

Om deze vrijstelling te kunnen krijgen, moet hij de volgende documenten ter beschikking houden van de belastingadministratie:

  • Het bewijs dat hij gedurende het belastbaar tijdperk voor de betrokken jongere een stagebonus heeft verkregen van de RVA.
  • Een nominatieve lijst van de tewerkgestelde jongeren met vermelding van hun volledige identiteit en de uitbetaalde belastbare bezoldigingen (met inbegrip van de wettelijke sociale lasten, de werkgeversbijdragen en prelies en de andere sociale bijdragen die via contractuele verplichtingen verschuldigd zijn).
  • Enkele wijzigingen omwille van 6de staatshervorming: Het enige wat men moet doen is deze documenten verder invullen en bezorgen aan het adres (in bepaalde gevallen adressen) die op het formulier worden vermeld. Meer info is ook terug te vinden op : www.werk.be, start- en stagebonus. Het gaat om het formulier C63- bonus, bij de aanvang van de leerovereenkomst, en om een aanvraag tot uitbetaling van de stagebonus die op het einde van ieder opleidingsjaar moet worden ingevuld en bezorgd aan de betrokken dienst(en). …..

Hoeveel bedraagt de leervergoeding?

Vanaf 1 januari 2016 bedragen de leervergoedingen:
  Leervergoedingen 2016
  - 18 jaar + 18 jaar
1e opleidingsjaar van het opleidingstraject 324,10 € 432,15 €
2e opleidingsjaar van het opleidingstraject 432,15 € 486,16 €
3e opleidingsjaar van het opleidingstraject 530,49 € 530,49 €
Leerlingen die vanaf 1 september 2016 in de leertijd instappen of daarvoor reeds in de leertijd waren ingestapt en vanaf 1 september 2016 van werkgever veranderen, sluiten een nieuwe soort overeenkomst nl.  de overeenkomst van alternerende opleiding:
De leervergoeding voor een leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding bedraagt:
  • 444,30 EURO tijdens het eerste jaar van een alternerende opleiding;
  • 490,30 EURO
    • wanneer het 1° jaar van een alternerende opleiding met succes beëindigd is,
    • Of de 2° graad van het secundair onderwijs met succes beëindigd is;
  • 528,60 EURO
    • wanneer het 2° jaar van een alternerende opleiding met succes beëindigd is,
    • Of het eerste jaar van de 3° graad secundair onderwijs met succes beëindigd is;
    • Of de kwalificatiefase van het buitengewoon onderwijs (opleidingsvorm 3) met succes beëindigd is;

 De leervergoeding bij een overeenkomst van alternerende opleiding wordt aangepast bij een stijging van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen.
 

Brochure Overeenkomst Alternerende Opleiding (pdf)

Hoeveel uren moet ik werken bij mijn ondernemer-opleider?

Een leerovereenkomst is steeds voltijds. De lesdag (1 lesuur wordt gelijkgesteld met 1 arbeidsuur van 60 minuten) wordt in rekening gebracht van de voltijdse arbeidsduur. Dit betekent dat iemand die 1 dag les volgt in een SYNTRA- lesplaats gedurende 4 dagen per week bij het ondernemingshoofd-opleider een opleiding moet krijgen.

Het concreet aantal uren hangt af van de arbeidsduur in de onderneming, maar deze kan op jaarbasis nooit meer bedragen dan 38 uren per week. Tijdens de schoolvakantie dient de leerling de uren dat hij normaal les volgt te ‘presteren’ bij zijn patroon-opleider.

Is een leerjongere verzekerd bij een ongeval in een SYNTRA-lesplaats?

Een ongeval van een leerling op de SYNTRA-lesplaats of een ongeval op weg van thuis naar de SYNTRA-lesplaats en omgekeerd valt onder de arbeidsongevallenverzekering.

In een arrest van 21 maart 2005 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat een leerjongen geacht wordt zich op de plaats van het werk te bevinden en onder de toepassing van de Arbeidsongevallenwet te vallen, wanneer hij onderweg is naar de plaats waar in het kader van de leerovereenkomst vormingslessen worden gegeven en zolang hij zich aldaar bevindt.

Het Hof van Cassatie maakt hierbij toepassing van art. 8 § 1 derde lid 3° van de Arbeidsongevallenwet: ‘de werknemer wordt geacht zich eveneens op de plaats waar hij werkt te bevinden wanneer hij onder meer met de uitdrukkelijke of stilzwijgende toelating van de werkgever de vormingslessen bijwoont welke tijdens de normale arbeidsuren plaatshebben.’

Hoewel het in dit concreet geval ging om een jongen die verbonden was door een industriële leerovereenkomst (zoals geregeld bij de wet van 19 juli 1983 op het leerlingenwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst) is de beslissing van het Hof van Cassatie ook toepasbaar op leerlingen verbonden door een door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen erkende leerovereenkomst.

Kan een leerling die niet Belg is en niet over de wettige papieren beschikt toch de leertijd volgen?

Een minderjarige leerling zonder wettige papieren kan een leerovereenkomst sluiten. Een leerling die een leerovereenkomst gesloten heeft voor de 18e verjaardag, kan ook na de 18e verjaardag een leerovereenkomst sluiten bij een ander ondernemingshoofd-opleider om zo het begonnen te traject te voleindigen.

Een meerderjarige leerling die een traject aanvat, moet wettig in België verblijven voordat er een leerovereenkomst kan gesloten worden.

Kan een leerling zelf een studentenovereenkomst sluiten?

Een leerling kan tijdens zijn leerovereenkomst of na zijn leerovereenkomst geen studentenovereenkomst sluiten. Om een studentenovereenkomst te kunnen sluiten, moet men les volgen in het voltijds onderwijs. Dit werd ons in het verleden medegedeeld door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De bedoeling van een studentenovereenkomst is dat men een eerste werkervaring opdoet op de werkvloer. Leerlingen verbonden door een leerovereenkomst genieten of genoten reeds van deze ervaring. Leerlingen ouder dan 18 jaar zouden eventueel bij een andere werkgever nog een deeltijdse arbeidsovereenkomst kunnen sluiten. In dat geval is de kans echter groot dat men meer verdient dan de kinderbijslaggrens (520,08 euro op maandbasis) waardoor het recht op kinderbijslag verloren gaat.

Kan ik in de leertijd een onderwijsstudiebewijs behalen?

Ja! In de leertijd kunnen vanaf het schooljaar 2009-2010 volgende onderwijsstudiebewijzen worden uitgereikt:

  • een getuigschrift tweede graad secundair onderwijs
  • een studiegetuigschrift 2e jaar derde graad secundair onderwijs
  • een diploma secundair onderwijs

Om een onderwijsstudiebewijs te behalen, moet je wel aan verschillende voorwaarden voldoen:

  • de eindtermen van onderwijs behaald hebben volgens beslissing van SYNTRA Vlaanderen;
  • minstens één certificaat behaald hebben;
  • voldoende aantal schooljaren na de eerste graad secundair onderwijs hebben gevolgd in onderwijs en/of leertijd;
    • 2 schooljaren voor getuigschrift tweede graad secundair onderwijs
    • 4 schooljaren voor studiegetuigschrift 2e leerjaar van de 3e graad secundair onderwijs
    • 5 schooljaren voor diploma secundair onderwijs
  • bijkomend voor het diploma secundair onderwijs moet je in het bezit zijn van een getuigschrift tweede graad secundair onderwijs.

Mag een leerjongere op zondag tewerkgesteld worden?

Ook leerlingen verbonden door een leerovereenkomst vallen onder de arbeidswet van 16 maart 1971. Deze arbeidswet behandelt een aantal onderwerpen zoals de arbeidsduur, rusttijden, arbeid op zon- en feestdagen, nachtarbeid en moederschapsbescherming. Bovendien voorziet deze wet een aantal specifieke beschermingsmaatregelen voor jeugdige werknemers of de min 18-jarigen.

Zo mogen min. 18-jarigen niet op zondag worden tewerkgesteld, tenzij in geval van overmacht en in sectoren waar een afwijking wordt voorzien. Dit is het geval in de sector van de:

  • bakkerijen
  • vermakelijkheidsbedrijven (12 zondagen per jaar)
  • horecabedrijven
  • kleinhandelszaken, kapsalons, openbare vertoningen en amusement en bij verhuur van boeken, stoelen en vervoersmiddelen tijdens de kerstvakantie, tijdens de periode tussen Pinksterzondag en 30 september in ondernemingen in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra.

Een min 18-jarige mag in ieder geval niet meer dan één zondag op twee worden tewerkgesteld, tenzij mits voorafgaande toestemming van de sociale inspectie.

Mijn kind volgt de leertijd. Behoud ik mijn kinderbijslag?

Men kan kinderbijslag genieten voor een leerling verbonden door een leerovereenkomst tot de leeftijd van 25 jaar. Tot 31 augustus van het jaar waarin de leerling 18 wordt, worden er geen bijkomende voorwaarden gesteld. Vanaf 1 september van het jaar waarin men 18 wordt, bestaat er wel een kinderbijslaggrens. Dit betekent dat men niet meer mag verdienen dan een bepaald bedrag. De kinderbijslaggrens bedraagt sinds 1 december 2012 € 520,08 op maandbasis. De door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen vastgelegde minimumleervergoedingen liggen steeds lager dan deze kinderbijslaggrens. Het is pas indien men meer ontvangt dan de door het agentschap vastgelegde leervergoedingen, of indien men naast de leervergoeding een premie ontvangt die onderworpen is aan de RSZ-bijdragen, dat het recht op kinderbijslag kan verloren gaan.

Moet een leerjongere een ziekenboekje openen?

Het antwoord is hier niet zo eenduidig en in feite moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de sector ziekte- uitkeringen en de sector geneeskundige verstrekkingen.
 
Voor de sector geneeskundige verstrekkingen is de leerling nog gerechtigd via het ziekenboekje van de ouders tot 31 december van het jaar waarin in hij 18 wordt. Na deze datum dient de leerling een ziekenboekje als gerechtigde te openen.
 
Voor de sector ziekte-uitkeringen bouwt de leerling vanaf het sluiten van de leerovereenkomst rechten op ongeacht de leeftijd van de jongere.
Om ziekte- uitkeringen te ontvangen, moet men een ziekenboekje openen. Wij raden echter aan om slechts een ziekenboekje te openen indien je langdurig ziek dreigt te vallen (meer dan 1 maand) of bij zwangerschap. Op die manier bespaart men de bijdragen die men aan het ziekenfonds moet betalen (aanvullende verzekering). Let op! Vanaf 1 januari van het jaar waarin men 19 wordt, dient men sowieso een ziekenboekje als gerechtigde te openen en heeft het geen zin meer om te wachten met het openen ervan.
Bij ziekte van meer dan 1 maand of bij zwangerschapsrust kan men arbeidsongeschiktheids- of moederschapsuitkeringen ontvangen.  In de sector uitkeringen geldt er een wachttijd van 6 maanden. Onder bepaalde voorwaarden kan men echter onmiddellijk van ziekte-uitkeringen genieten(vrijstelling wachttijd), indien men, ofwel het eerste jaar van de tweede graad van de secundaire cyclus met technische of beroepsvorming ofwel de hogere secundaire cyclus van het ASO beëindigd heeft.
 

Ontvangt een leerjongere een vergoeding of uitkering tijdens een ziekteperiode?

Het besluit op de leertijd voorziet een gewaarborgde leervergoeding bij ziekte van 30 kalenderdagen te betalen door het ondernemingshoofd-opleider. De leerling moet wel reeds 1 maand tewerkgesteld zijn bij het ondernemingshoofd-opleider en bij hervalling van dezelfde ziekte (binnen de 14 dagen) dienen slechts de resterende 30 kalenderdagen te worden uitbetaald.
 
Uiteraard dient de leerling een aantal regels te respecteren. Zo dient de leerling het ondernemingshoofd onmiddellijk van zijn ziekte op de hoogte te brengen en dient voor iedere ziekte een geneeskundig attest aan het ondernemingshoofd te worden bezorgd. Dit attest dient binnen de twee werkdagen te worden bezorgd tenzij onderling een andere termijn werd bepaald. Indien het attest niet of te laat wordt ingediend heeft het ondernemingshoofd-opleider de mogelijkheid om de gewaarborgde leervergoeding niet of slechts vanaf de ontvangt van het attest te betalen.
 
In veel gevallen zal de leerling na de gewaarborgde leervergoeding in aanmerking kunnen komen voor ziekte- uitkeringen.
 

Wanneer kan ik instappen in de leertijd?

Om in te stappen in de leertijd moet je voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Dit is wanneer je 15 jaar oud bent, en de eerste graad (de eerste 2 jaar) van het voltijds secundair onderwijs beëindigd hebt (beëindigd hebben ≠ geslaagd zijn), of wanneer je 16 jaar oud wordt in de loop van het schooljaar of reeds 16 bent. Een 14-jarige, die de 1e graad van het voltijds secundair onderwijs heeft beëindigd en ten laatste op 31 december 15 jaar wordt, mag vanaf één maand voor de 15e verjaardag wel al de theoretische lessen in de SYNTRA-lesplaats beginnen volgen. Enkel op voorwaarde dat er al een opleidingsplaats voor de praktijkopleiding is gevonden.

De praktijkopleiding kan pas starten vanaf de 15e verjaardag.

Voorbeeld: Je wordt 15 jaar op 20 november, je hebt de 1e graad van het voltijds secundair onderwijs beëindigd en je hebt een opleidingsplaats gevonden waar je jouw praktijkopleiding kan krijgen. In dat geval kan je vanaf 20 oktober toegelaten worden tot de leertijd. Je mag alle theoretische lessen volgen, maar je moet wachten tot 20 november om de praktijkopleiding in de onderneming te starten. 

Wat is de financiële kostprijs om een leerling op te leiden?

De grootste financiële kost is de maandelijkse leervergoeding. De leervergoeding schommelt tussen de 325 euro en de 520 euro per maand afhankelijk van het opleidingsjaar beroepsgerichte vorming waarin de leerling zit en zijn of haar leeftijd. Op deze vergoeding moeten RSZ-bijdragen betaald worden.

Tot 31 december van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt, is de leerling beperkt onderworpen aan de RSZ. Tijdens de beperkte onderwerping moeten er enkel RSZ-bijdragen betaald worden voor jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen en beroepsziekten. Voor de jaarlijkse vakantie van de leerling-arbeider betaalt het ondernemingshoofd een bijdrage van 16,27% (6% per kwartaal en 10,27% jaarlijks), berekend op de leervergoeding aan 108%.

Vanaf 1 januari na de 18e verjaardag zijn leerlingen volledig onderworpen aan de RSZ. In dat geval moeten zowel leerling als het ondernemingshoofd RSZ-bijdragen betalen voor werkloosheid, geneeskundige verstrekkingen, ziekte-uitkeringen en pensioenen. De leerling zal zijn RSZ-bijdragen kunnen recupereren via de werkbonus. Het ondernemingshoofd zal de meerkost van de volledige RSZ-onderwerping (ongeveer 32%) volledig kunnen recupereren via de structurele vermindering. Dit laatste geldt niet voor de provinciale en lokale besturen. Zij kunnen niet genieten van de structurele vermindering. De provinciale en lokale besturen hebben er dan ook belang bij om zodra de leerling valt onder de volledige onderwerping een werkkaart aan te vragen in het kader van doelgroepvermindering laaggeschoolde jonge werknemers (d.w.z. geen diploma secundair onderwijs). Een middengeschoolde (hoogstens diploma secundair onderwijs) kan ook voor de vermindering in aanmerking komen maar dan geldt als bijkomende voorwaarde dat de leerling voor de indiensttreding minstens 6 maanden als werkzoekende moet ingeschreven geweest zijn.

Wat is de waarde van een getuigschrift leertijd?

Een getuigschrift leertijd is geen onderwijsdiploma.  Toch heeft het heel wat waarde.

Met je getuigschrift leertijd heb je zeer grote tewerkstellingskansen op de privé-arbeidsmarkt, zelfs in tijden van crisis. Dit blijkt jaar na jaar uit het schoolverlatersonderzoek van de VDAB.

Voor een tewerkstelling bij een overheid (openbare sector) heb je in principe een onderwijsstudiebewijs nodig, behalve op het laagste niveau. De overheden zijn momenteel hun aanwervingsbeleid aan het moderniseren waardoor in de toekomst ook een aanwerving op basis van verworven competenties mogelijk zal worden. Daarbij zullen ook functierelevante certificaten - uitgereikt door erkende opleidingsverstrekkers, zoals de SYNTRA - in aanmerking kunnen komen. Zo ook een getuigschrift leertijd!

Wil je je als zelfstandige vestigen dan moet je bewijzen dat je over een basiskennis bedrijfsbeheer beschikt. Als het om een gereglementeerd beroep gaat, moet je ook de vereiste beroepskennis kunnen aantonen. Het getuigschrift leertijd geldt niet als bewijs van 'basiskennis bedrijfsbeheer', maar in bijna alle gevallen wel als bewijs van 'vereiste beroepskennis'.

Wat is een RSZ-vermindering mentor?

Indien een ondernemer-opleider de opleiding van een leerling overlaat aan een monitor kan hij/zij genieten van een bijkomende RSZ-vermindering. Het gaat om een RSZ-vermindering van 800 euro per kwartaal op de werkgeversbijdrage RSZ van deze werknemer. Men kan wel slechts van één vermindering genieten per schijf van 5 leerlingen die in de onderneming worden opgeleid. De doelgroepvermindering is niet cumuleerbaar met andere doelgroepverminderingen.
 
De werknemer die de leerling opleidt dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo dient hij of zij gedurende 5 jaar beroepspraktijk te bewijzen. Dit kan aangetoond worden op basis van een tewerkstellingsattest bij de ondernemer-opleider of bij een vorige werkgever. Bovendien moet de werknemer-monitor beschikken over een pedagogisch diploma of een getuigschrift dat aantoont dat hij/zij met succes een mentoropleiding heeft gevolgd. De opleiding ‘Estafette’, georganiseerd door SYNTRA Vlaanderen komt hiervoor in aanmerking. Daarnaast moeten er nog een aantal administratieve formaliteiten worden vervuld.
 
Zo dient men het formulier ‘de doelgroepvermindering voor mentors’ in te vullen. In dit document vult men de gegevens in van de werkgever en de gegevens van de mentors die eventueel in aanmerking kunnen komen voor de betrokken doelgroepvermindering.
Dit formulier dient tezamen met de nodige bewijsstukken te worden bezorgd aan het Departement Werk en Sociale Economie, Dienst mentorkorting, Koning Albert II Laan 35 bus 20 te 1030 Brussel of via mentorkorting@vlaanderen.be . Een afschrift van dit schrijven dient het ondernemingshoofd te bezorgen aan zijn sociaal secretariaat zodat deze de vermindering kan toepassen.
 
Voor meer informatie over deze maatregel kan men terecht op http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=27326.


 

Wat verandert er met het statuut alternerende opleiding voor het ondernemingshoofd-opleider?

Om onder het statuut alternerende opleiding te vallen, dienen 6 voorwaarden cumulatief te worden vervuld. Een leerovereenkomst voldoet aan de 6 voorwaarden.
Voor het ondernemingshoofd-opleider verandert er niet veel. De leerling dient op dezelfde manier te worden aangegeven aan de RSZ als vóór 1 juli 2015. Het opleiden van een leerling wordt door het nieuwe statuut ook niet duurder.
De leerling opent op bepaalde sociale zekerheidsvlakken wel bijkomende rechten. Dit maakt dat de leerling nu ook in aanmerking kan komen voor een overbruggingsuitkering bij tijdelijke werkloosheid. Het is dan ook belangrijk dat het ondernemingshoofd-opleider hiervan bewust is en hieromtrent de nodige administratieve formaliteiten vervult (idem gewone werknemers).
 

Wat zijn de toelatingsvoorwaarden bij een BuSO vooropleiding?

BuSO opleidingsvorm 1 of 2
Leerlingen met een vooropleiding van maximaal opleidingsvorm 1 of 2 van het BuSO worden niet toegelaten omdat zij nog onvoldoende voorbereid zijn op arbeidsparticipatie.

BuSO opleidingsvorm 3
Leerlingen van type 1 op opleidingsvorm 3 van het BUSO kunnen op voorlegging van een bewijs van een gesprek met het CLB worden toegelaten tot de leertijd opleidingstrajecten.
 

Welke rechten heeft een leerjongere op het vlak van sociale zekerheid?

De leerling verbonden door een leerovereenkomst bouwt rechten op op het vlak van :

  • Jaarlijkse vakantie
  • Arbeidsongevallen
  • Beroepsziekten
  • Ziekte-uitkeringen
  • Tijdelijke werkloosheid tijdens lopende leerovereenkomst  (bv. collectieve sluiting, slecht weer,…)

Vanaf 1 januari van het jaar waarin men 19 wordt, worden er ook pensioenrechten opgebouwd.
 
 

Zijn er toelatingsvoorwaarden voor specifieke beroepen?

Voor sommige opleidingstrajecten gelden bijzondere toelatingsvoorwaarden. Zo dien je bijvoorbeeld te beschikken over een certificaat ‘Administratief Medewerker’(uitgereikt in de leertijd of het DBSO) om toegelaten te worden tot het opleidingstraject ‘Administratief Medewerker KMO’. Je leertrajectbegeleider kan je hierover meer vertellen.