Moet een leerjongere een ziekenboekje openen?

Het antwoord is hier niet zo eenduidig en in feite moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de sector ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de sector geneeskundige verstrekkingen. 
Voor de sector geneeskundige verstrekkingen is het in ieder geval zo dat indien uit de bijdragebescheiden blijkt dat iemand in een kalenderjaar meer verdient dan een bepaald bedrag men een ziekenboekje moet openen. Dit gebeurt met terugwerkende kracht.
In 2011 is dit € 4 245,72 voor iemand die jonger is dan 21 jaar en € 5 660,96 voor iemand die ouder is dan 21 jaar. Men kan dus eventueel voor de sector geneeskundige verstrekkingen ten laste blijven van zijn ouders (tot de leeftijd van 25 jaar) indien de kans bestaat dat men de hoger vermelde bedragen niet gaat verdienen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de leerovereenkomst eindigt in het jaar waarin men volledig onderworpen wordt aan de RSZ.
Op die manier bespaart men de bijdragen die men aan het ziekenfonds moet betalen (aanvullende verzekering) en een eventuele bijbetaling omdat men de hoger vernoemde bijdragen niet verdiende. Om ziekte- en invaliditeitsuitkeringen te ontvangen, moet men in ieder geval een ziekenboekje openen. Dit betekent dat als men effectief ziek wordt en men heeft nog geen ziekenboekje geopend men dit zo vlug mogelijk moet doen. Bij ziekte van meer dan 1 maand of bij zwangerschapsrust kan men arbeidsongeschiktheids- of moederschapsuitkeringen ontvangen.  Men kan onmiddellijk van deze rechten genieten, indien men, ofwel het eerste jaar van de tweede graad van de secundaire cyclus met technische of beroepsvorming ofwel de hogere cyclus van het ASO, ofwel de leertijd beëindigd heeft. In andere gevallen zal een wachttijd van 6 maanden moeten worden doorlopen. Ook hier geldt dat indien je de bovenvermelde bedragen in een bepaald kalenderjaar niet verdient men in principe aanvullende bijdrage zal moeten betalen.