Ontvangt een leerjongere een vergoeding of uitkering tijdens een ziekteperiode?

Het besluit op de leertijd voorziet een gewaarborgde leervergoeding bij ziekte van 30 kalenderdagen te betalen door het ondernemingshoofd-opleider. De leerling moet wel reeds 1 maand tewerkgesteld zijn bij het ondernemingshoofd-opleider en bij hervalling van dezelfde ziekte (binnen de 14 dagen) dienen slechts de resterende 30 kalenderdagen te worden uitbetaald. Uiteraard dient ook de leerling een aantal regels te respecteren. Zo dient de leerling het ondernemingshoofd onmiddellijk van zijn ziekte op de hoogte te brengen en dient voor iedere ziekte een geneeskundig attest aan het ondernemingshoofd te worden bezorgd. Dit attest dient binnen de twee werkdagen te worden bezorgd tenzij onderling een andere termijn werd bepaald. Indien het attest niet of te laat wordt ingediend heeft het ondernemingshoofd-opleider de mogelijkheid om de gewaarborgde leervergoeding niet of slechts vanaf de ontvangt van het attest te betalen.
In bepaalde gevallen zal een leerling ook recht kunnen openen op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Het gaat hier steeds om leerlingen die volledig onderworpen zijn aan de RSZ. Een leerling is volledig onderworpen aan de RSZ vanaf 1 januari van het jaar waarin men 19 jaar wordt. In dat geval is het raadzaam zo vlug mogelijk contact op te nemen met een mutualiteit.