Wat is de financiiële kostprijs om een leerling op te leiden?

De grootste financiële kost is de maandelijkse leervergoeding. De leervergoeding schommelt tussen de 300 euro en de 500 euro per maand afhankelijk van het opleidingsjaar beroepsgerichte vorming waarin de leerling zit en zijn of haar leeftijd. Op deze vergoeding moeten RSZ-bijdragen betaald worden.

Tot 31 december van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt, is de leerling beperkt onderworpen aan de RSZ. Tijdens de beperkte onderwerping moeten er enkel RSZ-bijdragen betaald worden voor jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen en beroepsziekten. Voor de jaarlijkse vakantie van de leerling-arbeider betaalt het ondernemingshoofd een bijdrage van 16,27% (6% per kwartaal en 10,27% jaarlijks), berekend op de leervergoeding aan 108%.

Vanaf 1 januari na de 18e verjaardag zijn leerlingen volledig onderworpen aan de RSZ. In dat geval moeten zowel leerling als het ondernemingshoofd RSZ-bijdragen betalen voor werkloosheid, geneeskundige verstrekkingen, ziekteuitkeringen en pensioenen. De leerling zal zijn RSZ-bijdragen kunnen recupereren via de werkbonus. Het ondernemingshoofd zal de meerkost van de volledige RSZ-onderwerping (ongeveer 32%) volledig kunnen recupereren via de structurele vermindering. Dit laatste geldt niet voor de provinciale en lokale besturen. Zij kunnen niet genieten van de structurele vermindering. De provinciale en lokale besturen hebben er dan ook belang bij om zodra de leerling valt onder de volledige onderwerping een werkkaart aan te vragen in het kader van doelgroepvermindering laaggeschoolde jongeren.