FAQ

Blijft een leerling ten laste van zijn ouders?

Om ten laste te kunnen worden beschouwd van de ouders voor het inkomstenjaar 2014 moeten een aantal voorwaarden gelijktijdig worden vervuld:

  • het kind moet op 1 januari 2015 deel uitmaken van het gezin;
  • het kind mag geen bezoldigingen ontvangen die de ouder inbrengt als beroepskosten;
  • de nettobestaansmiddelen van het kind mogen een bepaald bedrag niet overschrijden.

Zo kan een leerling in het inkomstenjaar 2014 ten laste van zijn ouders blijven indien zijn nettobestaansmiddelen niet meer bedragen dan 3.110 euro op jaarbasis. Dit stemt overeen met een brutobedrag van 3.887,50 euro. Voor een alleenstaande ouder wordt dit bedrag verhoogd tot 4.490 euro netto of 5.612,50 euro bruto. De eerste schijf van 3.110 euro onderhoudsuitkeringen tellen niet mee om de nettobestaansmiddelen te bepalen.

Een leerling die op 1 september 2014 een leerovereenkomst sluit en 317,81 euro per maand verdient, zal voor het inkomstenjaar 2014 nog ten laste kunnen blijven van de ouders:

317,81 euro x 4 = 1.271,24

Voor een leerling die een heel jaar verbonden is door leerovereenkomst is dit niet zo vanzelfsprekend en zal er moeten gerekend worden. Een snelle en eenvoudige berekening leert ons hier dat de leerling het in het inkomstenjaar 2014 niet meer als ten laste kan worden beschouwd :

(317,81 x6) + (423,75 x 6) = 4.449,36 > 3.887,50 euro

Deze leerling zou wel nog ten laste zijn van een alleenstaande ouder.

Hebben leerjongeren in de bouw recht op inhaalrustdagen?

De maximale arbeidsduur op weekbasis is in principe 38 uren per week.

In het paritair comité van de bouw (PC 124) wordt 40 uur per week gewerkt. Dit betekent dat ook leerlingen in de bouw recht hebben op 12 inhaalrustdagen. In de bouwsector liggen deze inhaalrustdagen vast en mag er slechts in uitzonderlijke gevallen gewerkt worden.

Het is het ondernemingshoofd dat deze inhaalrustdagen moet betalen. De leervergoeding loopt gedurende deze dagen gewoon door.

Hebben leerjongeren recht op vakantie?

Uiteraard hebben leerlingen recht op vakantie. In principe heeft iedere leerling recht op 2 dagen vakantie per gewerkte kalendermaand in de zesdagenweek of 1 week vakantie per kwartaal. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen:

  • betaalde vakantiedagen
  • aanvullende vakantiedagen
  • onbetaalde vakantiedagen

De betaalde vakantiedagen zijn een recht en een plicht. Deze dagen moeten worden opgenomen. Dit geldt niet voor de aanvullende en/of onbetaalde vakantiedagen. Op deze dagen heeft de leerling recht, maar is hij niet verplicht ze te nemen.

In alle gevallen dient de vakantie te worden toegestaan door het ondernemingshoofd.

 

1) Betaalde vakantiedagen

In de privésector is het aantal betaalde vakantiedagen waarop een leerling recht heeft afhankelijk van het aantal dagen dat hij in het voorgaande jaar heeft gewerkt. Een volledig gewerkt jaar geeft in het volgende jaar recht op 20 betaalde vakantiedagen voor een leerling tewerkgesteld in een vijfdagenweek.

Dit betekent dat iemand die bijvoorbeeld in 2013 het hele jaar door verbonden was door een leerovereenkomst, in 2014 recht heeft op 20 dagen (4 weken) betaalde vakantie. Indien men in 2013 geen 12 maanden heeft gepresteerd, wordt het recht op betaalde vakantie in verhouding berekend. Een leerling die instapt in de leertijd op 1 september 2013, zal in 2014 recht hebben op 7 dagen betaalde vakantie.

 

2) Aanvullende vakantiedagen

Een leerling die instapt in de leertijd kan het recht openen op aanvullende vakantiedagen. De voorwaarde is dat de leerling in het betrokken kalenderjaar 3 maanden verbonden is geweest door een leerovereenkomst (één of meerdere). De aanvullende vakantie kan ten vroegste worden aangevraagd een week voor de 3 maanden worden bereikt.

Na deze aanloopperiode heeft de leerling recht op twee dagen vakantie per maand (5 dagen per kwartaal). De leerling-arbeider dient wel één of meerdere aanvragen in te dienen via een daarvoor ontworpen document. Dit document is terug te vinden op www.rvj.be. De leerling dient het document ingevuld aan zijn verlofkas te bezorgen.

De leerling-bediende dient de aanvraag onmiddellijk aan het ondernemingshoofd-opleider te bezorgen.

De vergoeding die de leerling ontvangt voor de aanvullende vakantiedagen zal in de loop van het volgend kalenderjaar worden afgetrokken van zijn dubbel vakantiegeld. Het gaat dus niet om extra vakantiegeld.

Het voordeel bestaat er dan ook vooral in dat de dagen aanvullende vakantie worden beschouwd als gelijkgestelde dagen zodat men voor deze dagen naar het volgend kalenderjaar toe rechten opbouwt voor betaalde vakantie. Dit is niet het geval indien de leerling beroep doet op onbetaalde vakantiedagen (zie punt 3).

Meer informatie over aanvullende vakantiedagen is terug te vinden via de volgende link:

http://www.rjv.be/nl/content/de-aanvullende-vakantie.

 Voorbeeld:

De leerling sluit een eerste leerovereenkomst vanaf 1 september 2014.

De leerling kanvoor 2014 maximaal 7 dagen aanvullende vakantiedagen aanvragen.

In 2015 kan deze leerling na uitputting van de 7 dagen betaalde vakantie waarop hij recht heeft op basis van zijn prestaties in 2014 aanvullen met 13 dagen aanvullende vakantiedagen.

 

3) Onbetaalde vakantiedagen

Het besluit leertijd voorziet zelf ook in het recht op onbetaalde vakantiedagen bij:

  • geen of onvolledige betaalde vakantiedagen
  • bijkomende dag onbetaalde vakantie per volledig gewerkte maand

3.1 Geen of onvolledige onbetaalde vakantiedagen

Deze vakantie overlapt grotendeels de aanvullende vakantie beschreven in punt 2.

Het besluit leertijd voorziet echter geen bijkomende voorwaarden. Dit betekent dat iemand die in november instapt in de leertijd ook onmiddellijk recht heeft op enkele onbetaalde vakantiedagen. de voorwaarde dat de leerling gedurende 3 maanden moet in dienst zijn gedurende een bepaald kalenderjaar geldt hier dus niet.

Voorbeeld:

De leerling sluit een eerste leerovereenkomst vanaf 1 november 2014.

De leerling kan in 2014 voor maximaal 3 dagen onbetaalde vakantie aanvragen op basis van het recht op geen of onvoldoende vakantie volgens het besluit leertijd.

In 2015 kan deze leerling na uitputting van de 3 dagen betaalde vakantie waarop hij recht heeft op basis van zijn prestaties in 2014 nog het recht openen op 17 onbetaalde vakantiedagen of op 17 dagen aanvullende vakantie (zie punt 2).

 

3.2 Onbetaalde vakantie op basis van een volledig gepresteerde maand

Een leerling heeft recht op één onbetaalde vakantiedag per volledige kalendermaand van uitvoering (aanwezigheden of gewettigde afwezigheden) van de leerovereenkomst in zijn onderneming. Deze onbetaalde vakantiedagen kunnen worden opgespaard binnen dezelfde onderneming en hetzelfde kalenderjaar.

 

Voorbeeld:

Een leerling is ziek (met ziektebriefje) van 01/01/2014 tot en met 31/03/2014.

Niettegenstaande de leerlinge geen enkele dag effectief werd opgeleid in de periode januari - maart, heeft hij gedurende deze periode toch recht op 3 dagen onbetaalde vakantie opgebouwd.

 

Voorbeeld:

Leerling bouw moet in de maand januari verschillende dagen thuisblijven wegens slecht weer. Deze dagen worden voor het recht op onbetaalde vakantie gelijkgesteld met gewerkte dagen.

 

Voorbeeld:

Leerling is afwezig zonder geldige reden op 3 februari 2014. Voor deze maand vervalt het recht op onbetaalde vakantie. Ook een ongewettigde afwezigheid op een lesdag, maakt dat het recht op een onbetaalde vakantie vervalt.

 

voorbeeld:

Een leerling kan ervoor kiezen om in juli het recht op onbetaalde vakantiedagen opgebouwd in de periode van januari tot en met juni te nemen. Hij kan dus aan het ondernemingshoofd 6 onbetaalde vakantiedagen in de maand juli vragen.

Deze 6 onbetaalde dagen kunnen aansluiten bij de betaalde vakantiedagen of bij het recht op onbetaalde vakantiedagen bij gebrek aan betaalde vakantiedagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heeft een leerjongere recht op een startbonus?

Op basis van een leerovereenkomst kan men in aanmerking komen voor een startbonus. Op basis van een stageovereenkomst niet. Er moeten wel een aantal voorwaarden worden vervuld. Zo moet men nog deeltijds leerplichtig zijn op het ogenblik van het sluiten van de leerovereenkomst en moet de leerling slagen in het betrokken opleidingsjaar.

Er dienen bovendien een aantal administratieve formaliteiten te worden vervuld. De algemene aanvraag via het formulier C 63- bonus moet worden ingediend binnen de 3 maanden die volgen op het sluiten van de leerovereenkomst. Deze algemene aanvraag wordt automatisch door SYNTRA Vlaanderen aan het ondernemingshoofd-opleider gestuurd. Het is de bedoeling dat de leerling samen met het ondernemingshoofd-opleider en de wettelijke vertegenwoordiger het document vervolledigen en bezorgen aan het RVA- kantoor, dat bevoegd is voor de woonplaats van de leerling.

Indien de leerling slaagt in het opleidingsjaar ontvangt de leerling een premie van 500 of 750 euro. Om deze premie uiteindelijk te ontvangen dient de leerling binnen de 4 maanden na het einde van een geslaagd opleidingsjaar een aanvraag tot betaling van de starbonus in te dienen bij het betrokken RVA- kantoor. SYNTRA Vlaanderen bezorgt de leerling de nodige documenten. Het is de leerling die de aanvraag tot startbonus samen met het attest van SYNTRA Vlaanderen dat men geslaagd is, bezorgt aan het betrokken RVA-kantoor.

Heeft een ondernemer-opleider recht op een stagebonus?

Op basis van een leerovereenkomst komt men in aanmerking voor een stagebonus. De leerovereenkomst moet wel gesloten zijn met een deeltijds leerplichtige.

Bij een vroegtijdige beëindiging dient de leerovereenkomst bovendien minstens 3 maanden te hebben geduurd.
Een ondernemingshoofd-opleider dat een deeltijds leerplichtige leerling in dienst neemt, ontvangt automatisch van SYNTRA Vlaanderen de nodige documenten.

Het enige wat men moet doen is deze documenten verder invullen en bezorgen aan het RVA kantoor dat bevoegd is voor de woonplaats van de leerling.

Het gaat om het formulier C63-BONUS, bij de aanvang van de leerovereenkomst, en om een aanvraag tot betaling de stagebonus die op het einde van ieder opleidingsjaar moet worden ingevuld en aan het betrokken RVA kantoor moet worden bezorgd. Op het formulier C63-BONUS moet ook de leerling en de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling een gedeelte invullen.

 

Bovenop de premie geldt nog een ficaal voordeel. Het ondernemingshoofd dat voor een leerling een stagebonus ontvangt, kan zijn belastbare winsten en baten vrijstellen, en dit naar rato van 40% van de leervergoedingen die aan de betrokken jongere worden uitbetaald en die het ondernemingshoofd als beroepskosten mag inbrengen.

Om deze vrijstelling te kunnen krijgen, moet hij de volgende documenten ter beschikking houden van de belastingadministratie:

  • Het bewijs dat hij gedurende het belastbaar tijdperk voor de betrokken jongere een stagebonus heeft verkregen van de RVA.
  • Een nominatieve lijst van de tewerkgestelde jongeren met vermelding van hun volledige identiteit en de uitbetaalde belastbare bezoldigingen (met inbegrip van de wettelijke sociale lasten, de werkgeversbijdragen en prelies en de andere sociale bijdragen die via contractuele verplichtingen verschuldigd zijn).

Hoeveel uren moet ik werken bij mijn ondernemer-opleider?

Een leerovereenkomst is steeds voltijds. De lesdag (1 lesuur wordt gelijkgesteld met 1 arbeidsuur van 60 minuten) wordt in rekening gebracht van de voltijdse arbeidsduur. Dit betekent dat iemand die 1 dag les volgt in een SYNTRA- lesplaats gedurende 4 dagen per week bij het ondernemingshoofd-opleider een opleiding moet krijgen.

Het concreet aantal uren hangt af van de arbeidsduur in de onderneming, maar deze kan op jaarbasis nooit meer bedragen dan 38 uren per week. Tijdens de schoolvakantie dient de leerling de uren dat hij normaal les volgt te ‘presteren’ bij zijn patroon-opleider.

Is een leerjongere verzekerd bij een ongeval in een SYNTRA-lesplaats?

Een ongeval van een leerling op de SYNTRA-lesplaats of een ongeval op weg van thuis naar de SYNTRA-lesplaats en omgekeerd valt onder de arbeidsongevallenverzekering.

In een arrest van 21 maart 2005 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat een leerjongen geacht wordt zich op de plaats van het werk te bevinden en onder de toepassing van de Arbeidsongevallenwet te vallen, wanneer hij onderweg is naar de plaats waar in het kader van de leerovereenkomst vormingslessen worden gegeven en zolang hij zich aldaar bevindt.

Het Hof van Cassatie maakt hierbij toepassing van art. 8 § 1 derde lid 3° van de Arbeidsongevallenwet: ‘de werknemer wordt geacht zich eveneens op de plaats waar hij werkt te bevinden wanneer hij onder meer met de uitdrukkelijke of stilzwijgende toelating van de werkgever de vormingslessen bijwoont welke tijdens de normale arbeidsuren plaatshebben.’

Hoewel het in dit concreet geval ging om een jongen die verbonden was door een industriële leerovereenkomst (zoals geregeld bij de wet van 19 juli 1983 op het leerlingenwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst) is de beslissing van het Hof van Cassatie ook toepasbaar op leerlingen verbonden door een door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen erkende leerovereenkomst.

Kan een leerling die niet Belg is en niet over de wettige papieren beschikt toch de leertijd volgen?

Een minderjarige leerling zonder wettige papieren kan een leerovereenkomst sluiten. Een leerling die een leerovereenkomst gesloten heeft voor de 18e verjaardag, kan ook na de 18e verjaardag een leerovereenkomst sluiten bij een ander ondernemingshoofd-opleider om zo het begonnen te traject te voleindigen.

Een meerderjarige leerling die een traject aanvat, moet wettig in België verblijven voordat er een leerovereenkomst kan gesloten worden.

Kan een leerling zelf een studentenovereenkomst sluiten?

Een leerling kan tijdens zijn leerovereenkomst of na zijn leerovereenkomst geen studentenovereenkomst sluiten. Om een studentenovereenkomst te kunnen sluiten, moet men les volgen in het voltijds onderwijs. Dit werd ons in het verleden medegedeeld door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De bedoeling van een studentenovereenkomst is dat men een eerste werkervaring opdoet op de werkvloer. Leerlingen verbonden door een leerovereenkomst genieten of genoten reeds van deze ervaring. Leerlingen ouder dan 18 jaar zouden eventueel bij een andere werkgever nog een deeltijdse arbeidsovereenkomst kunnen sluiten. In dat geval is de kans echter groot dat men meer verdient dan de kinderbijslaggrens (520,08 euro op maandbasis) waardoor het recht op kinderbijslag verloren gaat.

Kan ik in de leertijd een onderwijsstudiebewijs behalen?

Ja! In de leertijd kunnen vanaf het schooljaar 2009-2010 volgende onderwijsstudiebewijzen worden uitgereikt:

  • een getuigschrift tweede graad secundair onderwijs
  • een studiegetuigschrift 2e jaar derde graad secundair onderwijs
  • een diploma secundair onderwijs

Om een onderwijsstudiebewijs te behalen, moet je wel aan verschillende voorwaarden voldoen:

  • de eindtermen van onderwijs behaald hebben volgens beslissing van SYNTRA Vlaanderen;
  • minstens één certificaat behaald hebben;
  • voldoende aantal schooljaren na de eerste graad secundair onderwijs hebben gevolgd in onderwijs en/of leertijd;
    • 2 schooljaren voor getuigschrift tweede graad secundair onderwijs
    • 4 schooljaren voor studiegetuigschrift 2e leerjaar van de 3e graad secundair onderwijs
    • 5 schooljaren voor diploma secundair onderwijs
  • bijkomend voor het diploma secundair onderwijs moet je in het bezit zijn van een getuigschrift tweede graad secundair onderwijs.

Mag een leerjongere op zondag tewerkgesteld worden?

Ook leerlingen verbonden door een leerovereenkomst vallen onder de arbeidswet van 16 maart 1971. Deze arbeidswet behandelt een aantal onderwerpen zoals de arbeidsduur, rusttijden, arbeid op zon- en feestdagen, nachtarbeid en moederschapsbescherming. Bovendien voorziet deze wet een aantal specifieke beschermingsmaatregelen voor jeugdige werknemers of de min 18-jarigen.

Zo mogen min. 18-jarigen niet op zondag worden tewerkgesteld, tenzij in geval van overmacht en in sectoren waar een afwijking wordt voorzien. Dit is het geval in de sector van de:

  • bakkerijen
  • vermakelijkheidsbedrijven (12 zondagen per jaar)
  • horecabedrijven
  • kleinhandelszaken, kapsalons, openbare vertoningen en amusement en bij verhuur van boeken, stoelen en vervoersmiddelen tijdens de kerstvakantie, tijdens de periode tussen Pinksterzondag en 30 september in ondernemingen in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra.

Een min 18-jarige mag in ieder geval niet meer dan één zondag op twee worden tewerkgesteld, tenzij mits voorafgaande toestemming van de sociale inspectie.

Mijn kind volgt de leertijd. Behoud ik mijn kinderbijslag?

Men kan kinderbijslag genieten voor een leerling verbonden door een leerovereenkomst tot de leeftijd van 25 jaar. Tot 31 augustus van het jaar waarin de leerling 18 wordt, worden er geen bijkomende voorwaarden gesteld. Vanaf 1 september van het jaar waarin men 18 wordt, bestaat er wel een kinderbijslaggrens. Dit betekent dat men niet meer mag verdienen dan een bepaald bedrag. De kinderbijslaggrens bedraagt sinds 1 december 2012 € 520,08 op maandbasis. De door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen vastgelegde minimumleervergoedingen liggen steeds lager dan deze kinderbijslaggrens. Het is pas indien men meer ontvangt dan de door het agentschap vastgelegde leervergoedingen, of indien men naast de leervergoeding een premie ontvangt die onderworpen is aan de RSZ-bijdragen, dat het recht op kinderbijslag kan verloren gaan.

Moet een leerjongere een ziekenboekje openen?

Het antwoord is hier niet zo eenduidig en in feite moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de sector ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de sector geneeskundige verstrekkingen.

Voor de sector geneeskundige verstrekkingen is het in ieder geval zo dat indien uit de bijdragebescheiden blijkt dat iemand in een kalenderjaar meer verdient dan een bepaald bedrag men een ziekenboekje moet openen. Dit gebeurt met terugwerkende kracht.

In 2014 is dit € 4 505,46 voor iemand die jonger is dan 21 jaar en € 6 007,28 voor iemand die ouder is dan 21 jaar. Men kan dus eventueel voor de sector geneeskundige verstrekkingen ten laste blijven van zijn ouders (tot de leeftijd van 25 jaar) indien de kans bestaat dat men de hoger vermelde bedragen niet gaat verdienen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de leerovereenkomst eindigt in het jaar waarin men volledig onderworpen wordt aan de RSZ.

Op die manier bespaart men de bijdragen die men aan het ziekenfonds moet betalen (aanvullende verzekering) en een eventuele bijbetaling omdat men de hoger vernoemde bijdragen niet verdiende. Om ziekte- en invaliditeitsuitkeringen te ontvangen, moet men in ieder geval een ziekenboekje openen. Dit betekent dat als men effectief ziek wordt en men heeft nog geen ziekenboekje geopend men dit zo vlug mogelijk moet doen. Bij ziekte van meer dan 1 maand of bij zwangerschapsrust kan men arbeidsongeschiktheids- of moederschapsuitkeringen ontvangen.  Men kan onmiddellijk van deze rechten genieten, indien men, ofwel het eerste jaar van de tweede graad van de secundaire cyclus met technische of beroepsvorming ofwel de hogere cyclus van het ASO, ofwel de leertijd beëindigd heeft. In andere gevallen zal een wachttijd van 6 maanden moeten worden doorlopen. Ook hier geldt dat indien je de bovenvermelde bedragen in een bepaald kalenderjaar niet verdient men in principe aanvullende bijdrage zal moeten betalen.

Ontvangt een leerjongere een vergoeding of uitkering tijdens een ziekteperiode?

Het besluit op de leertijd voorziet een gewaarborgde leervergoeding bij ziekte van 30 kalenderdagen te betalen door het ondernemingshoofd-opleider. De leerling moet wel reeds 1 maand tewerkgesteld zijn bij het ondernemingshoofd-opleider en bij hervalling van dezelfde ziekte (binnen de 14 dagen) dienen slechts de resterende 30 kalenderdagen te worden uitbetaald.

Uiteraard dient ook de leerling een aantal regels te respecteren. Zo dient de leerling het ondernemingshoofd onmiddellijk van zijn ziekte op de hoogte te brengen en dient voor iedere ziekte een geneeskundig attest aan het ondernemingshoofd te worden bezorgd. Dit attest dient binnen de twee werkdagen te worden bezorgd tenzij onderling een andere termijn werd bepaald. Indien het attest niet of te laat wordt ingediend heeft het ondernemingshoofd-opleider de mogelijkheid om de gewaarborgde leervergoeding niet of slechts vanaf de ontvangt van het attest te betalen.

In bepaalde gevallen zal een leerling ook recht kunnen openen op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Het gaat hier steeds om leerlingen die volledig onderworpen zijn aan de RSZ. Een leerling is volledig onderworpen aan de RSZ vanaf 1 januari van het jaar waarin men 19 jaar wordt. In dat geval is het raadzaam zo vlug mogelijk contact op te nemen met een mutualiteit.

Wanneer kan ik instappen in de leertijd?

Om in te stappen in de leertijd moet je voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Dit is wanneer je 15 jaar oud bent, en de eerste graad (de eerste 2 jaar) van het voltijds secundair onderwijs beëindigd hebt (beëindigd hebben ≠ geslaagd zijn), of wanneer je 16 jaar oud wordt in de loop van het schooljaar of reeds 16 bent. Een 14-jarige, die de 1e graad van het voltijds secundair onderwijs heeft beëindigd en ten laatste op 31 december 15 jaar wordt, mag vanaf één maand voor de 15e verjaardag wel al de theoretische lessen in de SYNTRA-lesplaats beginnen volgen. Enkel op voorwaarde dat er al een opleidingsplaats voor de praktijkopleiding is gevonden.

De praktijkopleiding kan pas starten vanaf de 15e verjaardag.

Voorbeeld: Je wordt 15 jaar op 20 november, je hebt de 1e graad van het voltijds secundair onderwijs beëindigd en je hebt een opleidingsplaats gevonden waar je jouw praktijkopleiding kan krijgen. In dat geval kan je vanaf 20 oktober toegelaten worden tot de leertijd. Je mag alle theoretische lessen volgen, maar je moet wachten tot 20 november om de praktijkopleiding in de onderneming te starten. 

Wat is de financiële kostprijs om een leerling op te leiden?

De grootste financiële kost is de maandelijkse leervergoeding. De leervergoeding schommelt tussen de 315 euro en de 520 euro per maand afhankelijk van het opleidingsjaar beroepsgerichte vorming waarin de leerling zit en zijn of haar leeftijd. Op deze vergoeding moeten RSZ-bijdragen betaald worden.

Tot 31 december van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt, is de leerling beperkt onderworpen aan de RSZ. Tijdens de beperkte onderwerping moeten er enkel RSZ-bijdragen betaald worden voor jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen en beroepsziekten. Voor de jaarlijkse vakantie van de leerling-arbeider betaalt het ondernemingshoofd een bijdrage van 16,27% (6% per kwartaal en 10,27% jaarlijks), berekend op de leervergoeding aan 108%.

Vanaf 1 januari na de 18e verjaardag zijn leerlingen volledig onderworpen aan de RSZ. In dat geval moeten zowel leerling als het ondernemingshoofd RSZ-bijdragen betalen voor werkloosheid, geneeskundige verstrekkingen, ziekte-uitkeringen en pensioenen. De leerling zal zijn RSZ-bijdragen kunnen recupereren via de werkbonus. Het ondernemingshoofd zal de meerkost van de volledige RSZ-onderwerping (ongeveer 32%) volledig kunnen recupereren via de structurele vermindering. Dit laatste geldt niet voor de provinciale en lokale besturen. Zij kunnen niet genieten van de structurele vermindering. De provinciale en lokale besturen hebben er dan ook belang bij om zodra de leerling valt onder de volledige onderwerping een werkkaart aan te vragen in het kader van doelgroepvermindering laaggeschoolde jonge werknemers (d.w.z. geen diploma secundair onderwijs). Een middengeschoolde (hoogstens diploma secundair onderwijs) kan ook voor de vermindering in aanmerking komen maar dan geldt als bijkomende voorwaarde dat de leerling voor de indiensttreding minstens 6 maanden als werkzoekende moet ingeschreven geweest zijn.

Wat is de waarde van een getuigschrift leertijd?

Een getuigschrift leertijd is geen onderwijsdiploma.  Toch heeft het heel wat waarde.

Met je getuigschrift leertijd heb je zeer grote tewerkstellingskansen op de privé-arbeidsmarkt, zelfs in tijden van crisis. Dit blijkt jaar na jaar uit het schoolverlatersonderzoek van de VDAB.

Voor een tewerkstelling bij een overheid (openbare sector) heb je in principe een onderwijsstudiebewijs nodig, behalve op het laagste niveau. De overheden zijn momenteel hun aanwervingsbeleid aan het moderniseren waardoor in de toekomst ook een aanwerving op basis van verworven competenties mogelijk zal worden. Daarbij zullen ook functierelevante certificaten - uitgereikt door erkende opleidingsverstrekkers, zoals de SYNTRA - in aanmerking kunnen komen. Zo ook een getuigschrift leertijd!

Wil je je als zelfstandige vestigen dan moet je bewijzen dat je over een basiskennis bedrijfsbeheer beschikt. Als het om een gereglementeerd beroep gaat, moet je ook de vereiste beroepskennis kunnen aantonen. Het getuigschrift leertijd geldt niet als bewijs van 'basiskennis bedrijfsbeheer', maar in bijna alle gevallen wel als bewijs van 'vereiste beroepskennis'.

Wat is een RSZ-vermindering mentor?

Indien een ondernemer-opleider de opleiding van een leerling overlaat aan een monitor kan hij/zij genieten van een bijkomende RSZ-vermindering. Het gaat om een RSZ-vermindering van 800 euro per kwartaal op de werkgeversbijdrage RSZ van deze werknemer. Men kan wel slechts van één vermindering genieten per schijf van 5 leerlingen die in de onderneming worden opgeleid. De doelgroepvermindering is niet cumuleerbaar met andere doelgroepverminderingen.
 
De werknemer die de leerling opleidt dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo dient hij of zij gedurende 5 jaar beroepspraktijk te bewijzen. Dit kan aangetoond worden op basis van een tewerkstellingsattest bij de ondernemer-opleider of bij een vorige werkgever. Bovendien moet de werknemer-monitor beschikken over een pedagogisch diploma of een getuigschrift dat aantoont dat hij/zij met succes een mentoropleiding heeft gevolgd. De opleiding ‘Estafette’, georganiseerd door SYNTRA Vlaanderen komt hiervoor in aanmerking. Daarnaast moeten er nog een aantal administratieve formaliteiten worden vervuld.
 
Zo dient men het formulier ‘de doelgroepvermindering voor mentors’ in te vullen. In dit document vult men de gegevens in van de werkgever en de gegevens van de mentors die eventueel in aanmerking kunnen komen voor de betrokken doelgroepvermindering.
Dit formulier dient tesamen met de nodige bewijsstukken te worden bezorgd aan de FOD WASO. Indien de werknemer-monitor voldoet aan de voorwaarden, zal de FOD WASO dit in een schrijven bevestigen. Een afschrift van dit schrijven dient het ondernemingshoofd te bezorgen aan zijn sociaal secretariaat zodat deze de vermindering kan toepassen.
 
Voor meer informatie over deze maatregel kan men terecht op http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=27326.

Welke rechten heeft een leerjongere op het vlak van sociale zekerheid?

Hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen leerlingen die beperkt onderworpen zijn aan de RSZ en leerlingen die volledig onderworpen zijn aan de RSZ. Men is volledig onderworpen aan de RSZ vanaf 1 januari van het jaar waarin men 19 jaar wordt. Daarvoor is men beperkt onderworpen aan de RSZ. Tijdens de beperkte onderwerping betaalt de werkgever bijdragen voor jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen en beroepsziekten. Tijdens de volledige onderwerping moeten zowel de leerling als de patroon-opleider in principe bijdragen betalen voor de sector ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, geneeskundige verstrekkingen, werkloosheid en pensioenen. De volledige onderwerping zorgt er op die manier voor dat de leerling bijkomende rechten opent op het vlak van de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en op het vlak van de pensioenen.